Maar deze post gaat daar niet over.
Tenminste niet echt.
Want inmiddels zijn we verder.
Niet omdat het makkelijk was, en ook niet omdat alles weer is zoals vroeger. Maar omdat we zijn blijven gaan. Ik als ouder, zij als kinderen en wij drieën in een nieuwe vorm en de kindjes bij hun vader en zijn vriendin ook in een nieuwe vorm.
Er waren dagen dat alles zwaar voelde. Dat de verantwoordelijkheid voor mijn gevoel alleen op mijn schouders rustte. Dat ik twijfelde of ik het wel goed deed. Of ik genoeg gaf. Of de kinderen er echt oké doorheen kwamen.
En toch… gingen alles door.
In kleine dingen.
Samen eten aan tafel.
Een lach om iets simpels.
Dansend door de woonkamer met de kinderen.
Daar, in die gewone momenten, begon ons herstel.
Je hoeft niet alles onder controle te hebben om een goede ouder te zijn. Soms is het genoeg dat je er bent. Dat je blijft. Dat je liefhebt, zelfs op dagen dat je zelf moe bent.
En ergens onderweg, bijna ongemerkt, gebeurde er iets.
De zwaarte werd lichter.
De dagen werden rustiger.
De toekomst minder vaag.
We vonden opnieuw een ritme.
Een nieuwe vorm.
Een nieuw soort rust.
En misschien nog wel belangrijker: we vonden onszelf weer terug.
Geloof speelde daarin een stille, maar diepe rol. Niet altijd in grote woorden, maar in vertrouwen. In het idee dat we gedragen werden, ook als we het zelf even niet voelen. Dat er een plan is, een goed plan, zelfs als wij dat zelf nog niet zien.
En liefde, de liefde die bleef.
Voor de kinderen.
Voor het leven.
En voor de mensen om mij heen.
Dat is misschien wel het meest eerlijke van ouderschap:
dat je niet perfect hoeft te zijn om verder te kunnen.
Dat je opnieuw kunt bouwen met wat er over is.
Vandaag kunnen we zeggen,
we zijn er weer.
Niet zoals toen, maar zoals nu, zoals we vandaag de dag zijn. Met alles wat daarbij hoort, maar bovenal met heel veel liefde voor elkaar en voor het leven.
En door de geleerde lessen, sterker dan ooit.